Pro Juventute - De Sinjoorkens
Oostduinkerke

Pro Juventute
foto

getuigenissen

herinnering

audio

video

Andere namen

De Sinjoorkens (1958)
De Zeebries (1999)

Adres

Oostduinkerke [gemeente in arrondissement Veurne - BE]: César Franklaan 6 (Strandjutterslaan 10)

Architect

Antoine Courtens 

Bestaansperiode

1939-heden

Oprichter

La Fondation Louis Empain pour la Santé de l'Enfance

Logistieke organisatie

Pro Juventute, rue Nestor Plissaert, 6, Brussel
vzw De Sinjoorkens (Socialistische Vooruitziende Vrouwen-Antwerpen)

Wat het nu is

Op 31 december 2008 werd de uitbating van het vakantiecentrum stopgezet.  

Bij ministerieel besluit van 25 juli 2008 beschermd als monument.

 

Korte situering

De Fondation Louis Empain pour la Santé de l'Enfance richtte in 1939 het instituut Pro Juventute - Air et Soleil op, een instelling van openbaar nut voor de 'verheffing van de lichamelijke, zedelijke en intellectuele ontwikkeling van de jeugd'. Na de oorlog kwamen er kinderen voor drie maand voor een aansterkingskuur. Ze kregen er ook onderwijs. In mei 1958 werd het gebouw verkocht aan Wilskracht voor 20 miljoen oude Belgische frank. Deze vzw werd in 1948 opgericht, naast de Federatie van Mutualiteiten ABVV-Antwerpen, voor het aankopen van gebouwen omdat volgens de wet mutualiteiten geen gebouwen mochten bezitten. In 1949 richtten de Antwerpse Socialistisch Vooruitziende Vrouwen de vzw De Sinjoorkens op voor de inrichting en uitbating van kinderhomes. Wilskracht stelde het gebouw in Oostduinkerke gratis ter beschikking van vzw De Sinjoorkens. Vóór de verwerving van het gebouw in Oostduinkerke, logeerden De Sinjoorkens op de zeedijk in Nieuwpoort.
Het nieuwe home had een capaciteit van 342 bedden voor kinderen, 40 bedden voor leiding en directie, 12 slaapgelegenheden voor logies en een infirmerie met 28 bedden. Het volgende jaar was de capaciteit al uitgebouwd tot 378 plaatsen voor kinderen. Vanaf 1963 werden omwille van het grote aantal inschrijvingen, ook in de paasvakantie vakantiekolonies georganiseerd. Daarnaast werd het home ter beschikking gesteld voor vakanties van gepensioneerden. Eind jaren 1960 begon men ook vakanties te organiseren voor kinderen met een beperking uit het Antwerpse stedelijk onderwijs en vanaf eind jaren 1970 ook zeeklassen.
In 1979 werd begonnen met omvangrijke veranderingswerken aan het gebouw. Op 1 juli 1979 werd een inwonend verantwoordelijke aangesteld omdat het bestuur besloten had het home tien maanden per jaar open te stellen. Het gebouw bleef eigendom van vzw Wilskracht, maar werd een vakantiecentrum voor sociaal toerisme, De Zeebries. Op 31 december 2008 sloot ook De Zeebries de deuren.

Meer info

Het gebouw staat aan de rand van Oostduinkerke met Koksijde, vlak bij het Sint-Andréstrand, en doet denken aan een ship. Het heeft een lengte van ca. 80 meter en bevat zes niveaus. Alle dag- en nachtverblijven lagen in het zuidwesten met zicht op de duinen. In het noordwesten lagen de turnzaal en de kapel. De turnzaal had openschuivende ramen. De keuken lag in de zuidoostelijke vleugel en stond haaks op het hoofdgebouw. In die vleugel zaten ook de ziekenboeg en een klein solarium. De vierde verdieping was kleiner dan de andere niveaus, waar zich de slaapzalen bevonden, en was een soort dakverdieping met grote terrassen langs de vier zijden. Daar verbleef het personeel en waren er een huishoudschooltje en een wasserij. Het trappenhuis zat in een halfcilindervormige glazen uitbouw.
Het bestuur van vzw De Sinjoorkens bestond lange tijd uit onder meer Jeanne Cassiers, Hetty Geldolf, Louise Cuypers, Louis Vermeiren (algemeen secretaris van de Federatie van Mutualiteiten ABVV), John Van Eynden (voorzitter Wilskracht) en Mathilde Schroyens.
SVV-afdelingen uit het Antwerpse schonken geld aan vzw De Sinjoorkens en kregen zo het meterschap over een kamer.
Bij de terugkeer in Antwerpen werden de vakantiegangertjes opgewacht in zaal Transport op de Paardenmarkt 66, waar ze vergast werden op koeken en chocolademelk. In de andere Antwerpse gemeenten werd door de plaatselijke SVV-besturen een soortgelijke ontvangst geregeld.
In 1955 werd een monitorsraad opgericht om kinderclubs buiten de vakantie op te starten. Vanaf 1955 tot en met 1966 hadden de activiteiten op zondag veel bijval. Ze moesten worden stopgezet bij gebrek aan geschikte lokalen.
In 1964 startte de Sinjoorkens Monitorsclub (SIMOC). De club had als doel het contact tussen de monitoren te onderhouden buiten de vakantiemaanden. Jarenlang had SIMOC een heel actief clubleven met toneel- en fimvoorstellingen, dans- en muziekavonden, hobbyclubs ...

Extra

De architect, Antoine Courtens, was de zoon van de kunstschilder Frans Courtens. Hij was laureaat van de Prijs van Rome. Voor verschillende van zijn realisaties werkte hij samen met baron Louis Empain.
Baron Empain (1852-1929) was een Belgisch ingenieur, ondernemer en stichter van de industriële dynastie Empain, bankier en mecenas. Hij is ook bekend als de bouwer van de Parijse metro.
Mevrouw Yvonne Stehman, die ook Jeunesse Vacances uitbaatte in Middelkerke, was na de Tweede Wereldoorlog hoofd van de sociale dienst van Waals-Brabant van Pro Juventute. In 1947 was G. Mattelaer centrumbestuurster (directrice).

Literatuur

P. JACOB, Modernisme aan de Belgische kust: kinderverblijven tijdens het Interbellum, Sint-Lukas Brussel, 5de Architectuur, eindverhandeling, 1990, p. 40-46.

H. VERHEYEN & M. SERTYN, Met vallen en opstaan. De moeizame opbouw van één Socialistische Mutualiteit in het Antwerpse, Brugge: Jempie Herrebout, 1985, p. 130, 137.

S. WILLEMS, Koksijde: een bewogen architectuurgeschiedenis: inventaris van het bouwkundig erfgoed, Koksijde: Gemeente Koksijde, 2006, p. 159.

Bronnen

Archief van de Stad Brussel, Fonds Instruction Publique, Brief 28/12/1945 aan Stad Brussel van Pro Juventute. 

Federatie van Mutualiteiten ABVV Antwerpen. Jaarverslag 1958, Antwerpen: De Voorzorg, [1959], p. 201-211.

Federatie van Mutualiteiten ABVV Antwerpen. Jaarverslag 1959, Antwerpen: De Voorzorg, [1960], p. 191-204.

Mutualiteit der Socialistische Vooruitziende Vrouwen 1945-1970, Antwerpen: De Voorzorg, [1970], p. 5. 

Gemeentearchief Koksijde, Dossier 653.3, Nota Vereniging voor Vreemdelingenverkeer vzw Oostduinkerke. 

http://paola.erfgoed.net/sdx/inventaris/toon.xsp?id=16528&base=objekt&qid=sdx_q4&p=1

http://paola.erfgoed.net/engine/fiche.php?id=002731&pv=W


 

<top



Getuigenissen


Ik ben geboren in het jaar 1938 en had, samen met mijn ouders en mijn jongere broer, met wat geluk de Tweede Wereldoorlog overleefd. Vlak na die onzalige jaren, meer bepaald in augustus van 1946, mocht ik van de ziekenkas in Boom voor een maand naar zee, om aan te sterken, zoals dat heette.
We belandden met een honderdtal jonge snaken in een huis in Oostduinkerke, op een honderdtal meter van het strand, in de duinen. Dat op zich was dus wel fantastisch. Alleen: het ruime gebouw bleek een soort ruwbouw te zijn, die door de oorlog nooit was afgewerkt. Elektriciteit was niet aanwezig. De hiervoor nodige metalen buizen waren weliswaar in de muren aangebracht, maar de bedrading was er (nog) niet of niet meer. Dat was op zich nog geen ramp, want we waren toch de hele dag op stap en in augustus was het ’s avonds nog lang licht.
Minder aangenaam was dat de deuren van de diverse slaapkamers nog geen klinken hadden. Alleen een paar mensen van de leiding beschikten over een loper waarmee ze alle deuren konden openen. Als we ’s avonds gingen slapen – we lagen met ongeveer zestien jongens per kamer, de matrassen op de grond – dan kwam de aalmoezenier ons in het donker allemaal een kruisje geven, waarna de deur voor de nacht werd gesloten. Nu ja, voor kortsluiting moest zeker niet worden gevreesd, want er was toch geen elektriek. Hiervan herinner ik mij nog één anekdote, alsof het pas gisteren is gebeurd. Een van onze kamergenoten was blijkbaar niet zo opgezet met dat dagelijks avondkruisje en hij had zich op zijn matras omgedraaid, met zijn hoofd aan het voeteneind en vice versa. En toen de aalmoezenier die avond zijn ronde deed en in het schemerdonker één na één naar alle kinderhoofden zocht, had hij op een bepaald moment een paar voeten beet. Algemene hilariteit natuurlijk, maar de aalmoezenier kon er spijtig genoeg niet om lachen. Dat vonden wij persoonlijk wel een beetje flauw van die man, maar hoe dan ook: die avond kon de rest van de kamergenoten naar zijn kruisje fluiten! We hebben er alleszins niet van wakker gelegen.

Het eten in de kolonie was naar onze normen voortreffelijk. Ik neem aan dat de meesten onder ons gedurende de vijf oorlogsjaren niet verwend waren, en hier kon worden geschranst dat het een lieve lust was. Het avondeten – of was het het vieruurtje – kregen we meestal op het strand zelf of in een duinkom. Reusachtige broden van wel drie kilo werden aangesneden. De boterhammen waren uiteraard navenant en die werden gesmeerd met boter en dikke siroop. In onze ogen een echte lekkernij, al was het alle dagen hetzelfde, maar dat kon de pret niet drukken.
Nu moet ik bekennen dat ik niet helemaal gelukkig was in die vakantiekolonie en dit om de volgende reden: ik was niet alleen de enige jongen uit Boom, maar in totaal waren we met slechts drie Vlamingen tussen een groep van wel honderd Walen. Hoe wij met ons drieën in een volledig Franstalige kolonie waren terechtgekomen, bleef een raadsel. En voor een achtjarige, die nog nooit een woord Frans had gehoord, was dat natuurlijk allesbehalve aangenaam. Gelukkig was er onder de monitoren één jonge Brusselaar, die ook Nederlands sprak en bij wie ik af en toe mijn nood kon klagen.
Op een mooie zondag werden er door een of andere firma van wasproducten strandspelen georganiseerd. Uiteraard ook in het Frans, want ik herinner mij nog dat de animator van het hele gebeuren door de micro rondbazuinde dat de overwinnaar van het spel een 'cerf-volant' kreeg. Dat woord was mij volstrekt onbekend en ik had dan ook ‘cervelas’ verstaan. Ik dacht nog bij mezelf: ‘Is dat nu een prijs voor zo’n wedstrijd?’

Nu was Oost-Duinkerken in die tijd nog helemaal niet zo volgebouwd zoals nu. Alleen de hoofdstraat met de kerk waar we elke zondag naar de mis gingen, bestond reeds. En verder stonden er reeds enkele woningen tussen de hoofdstraat en het strand. Aan de andere kant van de hoofdstraat herinner ik mij nog een heel brede duinengordel, waarin geen woning te bespeuren viel, maar waar we op onze wandelingen wel hier en daar betonnen bunkers van de Duitsers vonden.

Het klapstuk van het hele verlof was een heel klein snoepwinkeltje, gelegen tussen onze 'residentie' en de zee en waar we elke dag ten minste een paar keer passeerden. In de schappen achter de toog stonden glazen bokalen, allemaal afgesloten met een grote glazen bol. Een bokaal met groene Valda-pastilletjes, een andere met 'zwarte jappen', een met zure bollen, een met chocoladetruffels ...  
Nu konden de meesten onder ons zich niet veel permitteren, maar af en toe kon er 's zondags toch bij de een of de andere voor een paar franken snoep af. En als er één de winkel binnenging om een kleinigheid te kopen, dan gingen er telkens enkele van zijn vrienden mee. Want wat men daar te zien kreeg, was werkelijk de moeite.
Achter de toog stonden een paar oude tantes (ik ben er zeker van dat het zussen waren). Niet alleen leken ze als twee druppels water op elkaar, maar bovendien lieten ze allebei alles uit hun handen vallen.
'Vijftig gram jappen?'
Baf! Het deksel van de bokaal bodderde al tegen de grond! Waarop de ene zus tegen de andere begon te roepen: 'Zeg, kunt gij nu niks in uw pollen houden?'
'En gij dan? Gij laat zelf ook alles uit uw handen vallen!'
Er werd dan een kleine papieren puntzak genomen, met een kleine schepper werden een aantal jappen uit het bokaal gevist, waarvan de helft in de puntzak en de andere helft op de grond terecht kwam. En als alles goed meezat, viel de papieren zak met de andere helft van de jappen ook nog eens op de grond. Ook bij het afrekenen waren er vaak moeilijkheden, omdat er wisselgeld niet op, maar onder de toonbank terechtkwam.

Iets vóór het einde van het verlof zijn mijn ouders mij zelf komen ophalen. Het was voor hen een eeuwigheid geleden dat ze nog aan zee waren geweest. Vooraleer Oostduinkerke te verlaten, heb ik hen eerst nog eens langs het snoepwinkeltje meegetroond. De nummertjes die daar voor een paar franken werden opgevoerd waren werkelijk onbetaalbaar.
Terug thuis bleek dat ik in die korte periode zeker drie kilogram was bijgekomen en dat ik uit mijn kinderbed was gegroeid. En bovendien had ik, willens nillens, enkele woorden Frans geleerd en wist ik ondertussen dat een 'cerf-volant' een papieren vlieger was en geen cervelas.

Guido Coesemans, 3 december 2008. 

Audio

Interview met Alain Dubois. Hij ging vanaf 1971 toen hij zes jaar oud was, tot zijn zestiende, jaarlijks minstens veertien dagen naar De Sinjoorkens, het home van SVV-Antwerpen. Hij werd er later nog monitor en zelfs directeur.

Interview door studenten UGent in het kader van partim mondelinge geschiedenis.

Je kan ook rechtstreeks het audiofragment downloaden (mp3 - 3.83 MB).

Video

Fragment uit SVV- en MJA-vakanties (De socialistische gedachte) (1963) SVV (Socialistische Mutualiteiten)


<top

Plaats uw herinnering

Commentaar
Zoeken
willy matheeussen  - foto's   |78.21.88.xxx |2011-10-17 10:53:51
Ik had gehoopt op deze site toch groepsfoto's te kunnen vinden.
Was zelf in de
jaren vijftig afwisselend in Oostduinkerke en Spa en telkens werden
'groepsfoto's' gemaakt.
Zou het geen leuk idee zijn dat U op deze site plaats
reserveert en mensen uitnodigt hun groepsfoto's van destijds te 'uploaden' (met
eventuele situering van plaats, jaartal, namen van kinderen/leiders ?
beste
groeten
Willy Matheeussen
Mercatorstraat 10
9150 Kruibeke
+
Nicole de Bie  - oostduinkerke   |84.197.210.xxx |2011-10-13 20:18:54
Ik ben van 1961 en ging voor het eerst mee toen ik 8 jaar was. De
strengemedische keuring die voorafging ergens in de buurt van de FOB Antwerpen.
Dan de busrit met een stop onderweg waar we koffiekoeken kregen en er nieuwe
kinderen opstapten. Aangekomen aan de Sinjoorkens moesten we onze mooie
vertrekkledij aan een kapstokje hangen en werden deze ergens weggehangen. Toen
we 14 dagen later terug vertrokken kregen we onze kledij terug zodat we netjes
terug in de bus zaten.
Wat ik mij echt goed herinner is het 4-uurtje ; een
piot (een zacht broodje met rozijntjes) met een flesje melk.
Iets waar we elke
dag naar uitkeken. Ongelofelijk lekker was dat!
Er werd veel gewandeld en in de
'zandputten' gespeeld. Daar vonden we dan soms kogels.
Af en toe gingen we
douchen : per groep moest je dan wachten op de trappen tot het aan jou was. Dan
stonden we per 2 in een douche en zette men het water aan. Dan ging het water
uit en riep men: "inzepen!!!". Daarna het water weer aan
:"afspoelen!!!" Je moest vlug zijn of je haar zat nog vol zeep.
Als ik
nu naar zee ga wil ik altijd naar Oostduinkerke. En dan nog even een glimp
opvangen van het home.
Zalig!
Anoniem  - re: De Sinjoorkens   |91.177.109.xxx |2011-06-07 16:30:59
Jessica schreef:
Ik ben geboren in 1981 en ben van mijn 6 jaar elk jaar in de zomer naar
"de sinjoorkens" geweest met de socialistische mutualiteit.
Het waren toen nog grote slaapzalen met precies ziekenhuisbedden langs
2 kanten en piepkleine kastjes. De badkamers waren toen ook één
grootte ruimte, met allemaal lavabo's naast en achter elkaar.
Toen,
ik weet niet hoe oud ik was, werd het gerenoveerd met zeer mooie slaapzalen
met stapelbedden, en eigen badkamers.
Toen ik op mijn 15 jaar te oud
werd heb ik er een opleiding gevolgd voor monitrice (of toch het eerste
stuk) heb het spijtig genoeg niet afgemaakt, en rond die tijd was het
ondertussen ook een mooi hotel geworden, waar ik dan 2 weken ook gewerkt
heb als vakantiejob.....
Spijtig dat er nu niks met het gebouw
gebeurd anders zou ik er zeker nog eens langsgaan want heb er veel zomers
van mijn jeugd doorgebracht.

Jessica Lépée, 11 januari 2011
Résy Cannaerts  - herinnering/getuigenis   |213.219.151.xxx |2011-02-14 17:27:28
Tijdens de zomer van 1966 begon ik als monitrice bij de Sinjoorkens in
OOstduinkerke. Ik was pas 16 en kreeg een groep kleine meisjes. Ik bleef deze
zomer maar één maand en kreeg nog een groep voor de tweede periode.
Dit was
de start van een lange ervaring.
De volgende zomers ging ik twee maanden ( 4
perioden ) en ik heb mijn jeugd daar doorgebracht. Ik werd onderwijzer en tot
1972 was ik actief als monitrice.
Ik ging mee naar Oostenrijk bij Hans en
Trina. Ik ging naar Joegoslavie naar Opatija en ik heb een fantastische
herinnering aan de hoofdmonitor in Oosduinkerke : Jos D' Hauwe en ezijn 4
kinderen, die mijn vrienden voor het leven zijn geworden.Ik denk met ontroering
terug aan die mooie jaren!

Mijn " grote " meisjes zongen op hte einde
van iedere periode de INTERNATIONALE aan de rode vlag en ook al is er een goede
vriend overleden Karel Clytens toch ook aan hem heb ik de fijnste
herinnering.
Ik leerde volksdansen en volksdans geven.
Mijn jeugd was heel erg
speciaal daar in Oostduinkerke; weg mocht je enkel op zaterdagavond en Wiske
Cuyoers stond als een bezorgde moeder aan de poort te wachten tot 12 uur als
haar minitors allemaal terug binnen waren gekomen.
Een heel andere tijd.
Maar
zingen met de gitaar in echte " flower power " komt nooit meer terug en

dat heb ik dan wel gekoesterd en zal ik blijven koesteren.

Résy februari
2011
résy  - de sinjoorkens   |94.224.79.xxx |2011-04-09 23:22:08
wat een gevoel om dit te lezen,daar was ik zeker ook bij,heb dat lied ook
dikwijls gezongen aan de vlaggegroet,en gitaar aan het vuur in de duinen,een
tijd om nooit te vergeten,daar had ik ook mijn eerste liefde,lol
groetjes van
marc
Jessica  - De Sinjoorkens   |91.177.74.xxx |2011-01-11 20:45:56
Ik ben geboren in 1981 en ben van mijn 6 jaar elk jaar in de zomer naar "de
sinjoorkens" geweest met de socialistische mutualiteit. Het waren toen nog
grote slaapzalen met precies ziekenhuisbedden langs 2 kanten en piepkleine
kastjes. De badkamers waren toen ook één grootte ruimte, met allemaal lavabo's
naast en achter elkaar.
Toen, ik weet niet hoe oud ik was, werd het
gerenoveerd met zeer mooie slaapzalen met stapelbedden, en eigen badkamers.

Toen ik op mijn 15 jaar te oud werd heb ik er een opleiding gevolgd voor
monitris, en op mijn 16 was het ondertussen ook een mooi hotel geworden, waar ik
dan 2 weken ook gewerkt heb als vakantiejob.....
Spijtig dat er nu niks met het
gebouw gebeurd anders zou ik er zeker nog eens langsgaan want heb er veel zomers
van mijn jeugd doorgebracht.

Jessica Lépée, 11 januari 2011
De mogelijkheid om commentaren te plaatsen werd stopgezet op 15/05/2012. Gelieve mededelingen te doen via de knop Contact bovenaan de pagina. Wij danken allen die ons langs deze weg informatie bezorgd hebben!

3.26 Copyright (C) 2008 Compojoom.com / Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved."